GERT JOCHEMS
p h o t o g r a p h y

 

 

RUS (2001-2005)

  A
  B

 

TEXT (NL)
Bernard Dewulf, voor RUS
Richard Kapuscinski, citaten gebruikt voor RUS
Ann De Meester voor DE MORGEN / ZENO, 20 feb 2002
Inge Henneman voor FOTOMUSEUM MAGAZINE, okt 2004

 

Gert Jochems, SIBERIË, SEPT 2001 - MAART 2004
(Inge Henneman  voor het FotoMuseum Magazine, oktober 2004)

De fotografische aantekeningen die Gert Jochems meebrengt van zijn maandenlange reizen naar de rand van de wereld vormen een persoonlijke, melancholische on-the-road story.  Want meer dan  objectieve verslaggeving van de politieke en sociale stand van zaken, zijn deze doorleefde zwart-witbeelden doortrokken van de 'condition humaine' van een ontwrichte samenleving in diepe crisis.  En meer dan een reportage van de postcommunistische Russische republiek in transitie, concentreert Jochems zich op het oude Siberië, dat in grote mate representatief blijft voor de extreme leefomstandigheden van zijn bewoners.  Door het suggestieve en haast schilderachtige gebruik van onscherpe zones, felle licht-donker contrasten, grove korrel en een tactiele textuur, bieden de foto's bovenop de feitelijke observaties veel ruimte voor verbeelding.  de fotografische beeldtaal lijkt in zijn onmodieuze haast picturalistische retoriek gemodelleerd op een tijdloze poëtische werkelijkheid.  Bepaalde personages en decors herinneren aan opera's, sprookjes, volkse prenten en iconen van de mythische plek die Siberië ook is.

Maar de fotoreeks geeft tegelijk op ontluisterende manier te zien hoe het huidige Siberië lijkt af te glijden naar een vorm van pre-industriële chaos, uit de tijden van voor de revolutie.  Een constante in het werk is de gespannen verhouding - soms discrepantie - tussen mens en omgeving en de primitieve strijd om te overleven.  Van de omgeving gaat een dreiging uit.  de grote verte creëert veel afstand en eenzaamheid, mensen zijn gevangen in de onmetelijkheid van het land.  Jochems toont niet alleen de vijandige relatie tussen mens en natuur maar ook de volstrekt onevenwichtige relatie tussen mens en samenleving, tussen de private en publieke ruimte, en de gevolgen die de afwezigheid van een beschermende staat heeft op het leven van de Siberiërs.  gert Jochems wil naar eigen zeggen in deze fotoreeks "het interval tussen toen en later" tonen, een maatschappelijke relatie zonder houvast noch uitzicht.  maar de fotoreeks zelf balanceert - als een interval - tussen de verschillende genres in : reisverhaal, reportagen en theater van het absurde.

Deze collage van verdichte beelden roept de ervaring op van wat het betekent om in de goelag te zijn, fysisch zowel als mentaal.  Want bovenal vertolken deze ruige, expressieve en donkere beeldende persoonlijke respons van de reiziger zelf op het lijden en de armoede die hij aantreft, en getuigen ze van de verwondering - die overgaat in verbijstering - van de voorbijganger, die het overrompelende vreemde ziet en wil aanraken in de flits van een momentopname, in de intuïtieve shock van een emotioneel contact, maar die daarmee precies aantoont hoe onbegrijpelijk een andere cultuur uiteindelijk blijft.  De scènes die het bevattingsvermogen te boven gaan zijn vooral deze waar de fotograaf binnendringt in het leven van gewone mensen; gesloten ogen, intense onnatuurlijke gestes, hallucinante contrasten tussen figuur en omgeving, onbegrepen ontmoetingen in haveloze interieurs.  Dat onbegrijpelijke grenst aan het absurde en krijgt zo een existentiële dimensie.  Jochems on-the-road-story uit het verre Siberië leest in die zin als een reis naar het achterland (van de waanzin?), een balanceren op de rand van het (verstandelijke) bewustzijn.