GERT JOCHEMS
p h o t o g r a p h y

 

 

RUS (2001-2005)

  A
  B

 

TEXT (NL)
Bernard Dewulf, voor RUS

 

Hij gaat naar Siberië.
Met een fototoestel.
Hij heeft de ziekte van de verte.
Als hij terug is laten zijn foto's mij koud en warm achter.
Hij gaat opnieuw en opnieuw.
Ik begrijp misschien waarom.: hij is verloren.
Ook daarna, en daarna, raken zijn foto's mij koud en warm.

Ik wil niet naar Siberië, ik wil naar zijn foto's.
Mijn aandoening is op papier.

Waarom hij daarheen gaat, vraag ik hem eens.
Wat hij daar zoekt. Hij kijkt sprakeloos naar zijn Siberië.
Zijn foto's stellen hem dezelfde vraag: waarom hij wil zien wat hij neemt.

Het is er verlaten, het wordt lastig bewoond.
Hoe onmachtig is de bewoner van de verlatenheid.
Hij ziet de vreselijke, machtige poëzie daarvan.
Hij weet niet of dat mag.
Hij fotografeert zijn afstand en zijn begeerte.
Hij is genadig.        

Genade zit in details.
Details zijn ongenadig.
Hij is een detail.
Zijn eigen verlatenheid verdwijnt in de eindeloosheid.  
Misschien gaat hij daarom.
Om te verdwijnen.
Om terug te komen en ons zijn verdwijning te laten zien.
Zelfportret als Siberië.
Siberië is niet te fotograferen.
Dat weet hij.
Hij zelf is evenmin te fotograferen.
Misschien is het dat wat hem beweegt.
Het onmogelijke zelfportret zoeken.
Als spookgebied.
Schimstreek vol schimmen.
Nabeeld van een aanwezigheid.
Elke beweging lijkt er een verlossing.
Elke beweging lijkt er tevergeefs.
Koud en warm.

Misschien ziet hij in de grauwte en de onbarmhartigheid, in dat oneindige, onmenselijke, onbegrijpelijke landschap een thuisland.
Ver achter alles en geduldig onder de mensen en de dingen, zei Rilke, ligt een thuisland.
Zijn Siberië komt daar dichtbij.
Een gedroomd landschap in een wezenloze werkelijkheid.
Hij kijkt tot het zingt.
Een prachtig treurlied in zijn ogen.
Zingt het ook als hij niet kijkt?
Neen, dan verstomt het.
Hij zou het ook willen fotograferen als hij weer weg is.
In de verstomming.

Siberië is niet te fotograferen.
Hij weet dat en het beweegt hem.
Het landschap van de uitzichtloosheid.
Dat in zicht brengen.
De kluistering in het onmetelijke.
Er is geen einde, dus geen uitweg.
Onvatbaarheid in drie dimensies.
De sneeuw als vierde.
Het onvatbare als decor.
Er is geen drama dat speelt, het duurt alleen maar.
Hij denkt dat hij in Siberië de tijd kan fotograferen.
Het toonloze drama van de tijd.
In de dramaturgie van een afwezig en alomtegewoordig landschap.

Dan komen er mensen op het toneel.
Ze wonen er, ze zijn er thuis.
Hij is onderweg in hun thuisland.
Hij kijkt hoe zij wonen in de onherbergzaamheid die hem omringt, en als vochtigheid in hem binnendringt.
Soms gaat hij in hun huizen, schutplaatsen in het uitzichtloze.
 Daar speelt drama.
De uitzichtloosheid heeft er andere contouren, schaduwen en bewegingen.

Daarna staat hij weer buiten.
Zoals altijd.
Hij is een buitenstaander.
Waar bevindt iemand zich nog wanneer hij buiten het onafzienlijke staat?
Is hij nog iemand?
Het is een onmogelijk standpunt.
Toch komt hij weer in beweging.
Het is de enige manier.
Het is onmogelijk om Siberië zichtbaar te maken.
Hij weet dat.
Er is maar één mogelijkheid: zijn eigen Siberië fotograferen.
Daarom, waarschijnlijk, beweegt hij weer.
En komt hij terug, om ons zijn bewegingen te tonen in zijn Siberië.
Schijnbewegingen.
De magie van het bewegingloze.
De lokzang en de leugen van de verte. In de sneeuw, de verlatenheid, de lastige bewoonbaarheid, in de koude en warmte van zichzelf als een onkenbaar thuisland.

   


Richard Kapuscinski, citaten gebruikt voor RUS
Ann De Meester voor DE MORGEN / ZENO, 20 feb 2002
Inge Henneman voor FOTOMUSEUM MAGAZINE, okt 2004