GERT JOCHEMS
p h o t o g r a p h y

 

 

'Un Pays Noir'

In de winter van 2007 belandde ik toevallig in Dampremy, een randgemeente van de in België verketterde Waalse stad Charleroi. en niet veel groter dan vijf straten. Tussen de huizen braakliggende grond, verder niets.  Armoede, werkloosheid, achterstelling en ongelijkheid samengebald in een paar vierkante kilometer.  Het is net of er een steeds dreigend gevaar aanwezig is.  Toch heerst er geen paniek, evenmin melancholie.  Wankelmoedigheid is misschien wek het juiste woord.
(Gert Jochems)

 ‘Le trou du cul du monde’, zo heeft een bekend Waals cineast ooit Dampremy genoemd. Het aarsgat van de wereld. Verlaten straten waar het verval van de muren bladdert. Torenhoge werkloosheid en criminaliteit. Niemand heeft gekozen voor Dampremy. Dit is de biotoop van de achterblijvers en aangespoelden: je woont in Dampremy omdat je er niet weg geraakt, je komt er terecht omdat je nergens anders welkom bent.
 Nog niet zo héél lang geleden waren gemeenten als Dampremy het kloppende hart van de economische reus Wallonië, ooit de derde industriële grootmacht na de Verenigde Staten en Groot-Brittannië. Een eldorado voor Vlaamse, Italiaanse, Poolse, Turkse en Maghrebijnse migranten die in eigen streek geen werk vonden. Een keten van steenkoolterrils die als grote zwarte alpen om Dampremie staan, herinneren aan de oude economische bedrijvigheid. Langs de Samber rookt de immense staalfabriek ‘La Providence’ uit haar laatste schoorstenen; ooit werden hier de spoorwegrails en poutrelbalken geproduceerd waarmee België opgebouwd is.
(Pascal Verbeken)